De 23-jarige filmmaker Sylvia Amptmeijer raakte gefascineerd door straatkunst en de verhalen die zich afspelen in de publieke ruimte. Vanuit die liefde voor het observeren en vastleggen van de stad ontstond haar eerste documentaire Gooi een VanMoof in de gracht, die met een scherpe blik en speelse titel de relatie tussen straatcultuur en stedelijke omgeving onderzoekt. De film is te zien tijdens de komende editie van Blind Walls Film Fest.
Je hebt een film gemaakt over straatkunst. Wat trok je aan in dit onderwerp?
“Ik ben geboren in Wezep en reisde vaak met de trein naar Zwolle. Dat was maar een klein stukje, en wanneer de trein het station naderde, versloomde hij en kon ik de muren aanschouwen langs de tracks. ‘Same’ stond er vaak. Same wat? Zijn wij hetzelfde? Wat is het verschil? Soms was het graffitikunst, en soms was het criminaliteit: Lokale nieuwsbladen waren er nog niet over uit. Soms kondigde ze een straatkunst-expo aan, soms kreeg iemand een geldboete of een gevangenisstraf. Soms werd iemand uit het buitenland ingehuurd om een soort lelijk portret van minstens 40×80 meter te maken op de zijkant van een flatgebouw. Daar werd wel geld voor vrijgemaakt, terwijl de mensen ín de flatgebouwen strugglede met de dagelijkse kost. Altijd al had ik vragen rondom wat nou kunst is, en wat niet. Waarom is een gratis kunstwerk langs het spoor minder waard dan een lelijk portret op een flatgebouw. Het ene wordt bestraft en het andere beloond met een flinke geldsom. (Ik heb ook niet om dat portret gevraagd, dus die ‘het mag niet’-reden werkt niet bij mij). Dat spanningsveld vind ik erg interessant en wilde ik graag verder onderzoeken door middel van een camera.”
Welke drie kunstenaars worden in de documentaire gevolgd en wat verraste jou het meest aan hen?
“ST (Instagram: @sander.troost), Hans (Instagram: @hans.de.tweede) en Tycho (Instagram: @tycho.sok). Allen maken ze straatkunst in Amsterdam, als reactie op de veranderende stad. Wat mij het meest verraste is erg moeilijk te zeggen. Ieder van hen is uniek, maar toch herken je ergens eenzelfde soort lijn in hun werk. Wat ik vooral bijzonder vond aan al deze kunstenaars is hoe ze de kijker meenemen in hun wereld: allen weten ze hun belevenis van Amsterdam te vertalen naar een kunstmedium. Heel bijzonder! Klinkt vaag, maar als je hun kunst ziet, snap je het. Je wordt meegenomen in hún wereld, niet dé (veranderlijke) Wereld van Amsterdam (expats, yuppencafé’s, nieuwbouw, etc). Een soort nostalgische, kwetsbare herinneringen aan hun Amsterdamse jeugd, en een reflectie van hun als persoon.”

Is er een specifiek moment in de film waar je op wilt terugblikken?
“Wat voor mij een bijzonder en dualistisch moment was, was toen we naar de nominatie voor de Amsterdamprijs voor de Kunst gingen, die Hans uiteindelijk ook won (!). Een paar dagen eerder schilderde Hans “Als blikken konden doden, was statiegeld oorlog” aan de binnenkant van een opengebroken prullenbak en vertelde mij daarna dat het de handeling mimetiseert die mensen die blikjes verzamelen maken. Dezelfde handeling, maar deze wordt gefotografeerd en tot kunst verheven. Wie bepaalt dat eigenlijk? Aan welke standaarden moet kunst voldoen? Ik weet het niet. Om daarna in het huis van de burgemeester van Amsterdam te zijn, terwijl Hans genomineerd wordt met teksten zoals deze – met de lofzang van (ook het lelijke van) Amsterdam – is heel dubbel. Hopelijk wordt er naar de teksten geluisterd. Dit moment, die nominatie, zit in de documentaire.”
Hoe beïnvloedde jouw eigen mening over straatkunst de film, of probeerde je die juist los te laten?
“Ik probeerde er vooral blind in te gaan, maar ik had wel ergens de gedachte dat het lastig was om betaalde kunst te rijmen met straatkunst of graffiti. Haalt dat het hele idee van straatkunst niet weg – want origineel wilde je toch juist het systeem bevragen, het exacte systeem die je nu betaalt als je een kunstenaar bent en van je kunst leeft. En bewegen tussen legaliteit en illegaliteit wordt steeds lastiger naarmate je naam groter wordt. Maar hoe bewust is deze keuze als je je beweegt in een groter-dan-jij-systeem? Die dubbelheid wilde ik gewoon laten zien.”
Wat hoop je dat het publiek opsteekt na het zien van deze documentaire?
“Ik hoop dat mensen vooral genieten van wat ze zien, en misschien zelf gaan bedenken wat (straat)kunst voor hen betekent, en wanneer zij ontroerd raken door iets en waarom. Blijkbaar maakt het voor velen uit of er een zestienjarige jongen met een zwarte North Face-jas achter zit of een kunstenaar met een bereik. Bijna alsof je een parasociale relatie met de ene hebt, en niet met de ander. Welke boodschap vind jij wél belangrijk, en welke niet? Ik vind lelijke graffiti vooral vet, en dan bedenk ik er een verhaal omheen. En ik vind het leuk om na te denken over wat wordt gefotografeerd door (graffiti)spotters, gepost wordt op Instagram en waar vervolgens vuur-emojis onder gecomment worden. En waar anderen van zeggen dat het niet om aan te zien is.”
Als er één straatkunstwerk in Amsterdam voor altijd kan blijven bestaan, welke zou je dan kiezen?
“De muren onderaan flatgebouwen in Osdorp waar kinderen met een spuitbus van – vermoedelijk – de Action hun eigen naam hebben opgeschreven.”
Geschreven door Anne van Bree